TOP
shutterstock_166964111

Analyse: ondernemen met een coronaschuld, hoe nu verder?

De samenleving gaat weer open, maar daarmee zijn de problemen van de mode- en schoenenbranche nog niet voorbij. Nu de coronamist optrekt, doemen de contouren van een nieuw obstakel op: wat moet er gebeuren met de tijdens de crisis opgebouwde schulden?

Foto: Shutterstock

In maart 2020 opende Erik Koper op Texel de vijfde winkel van zijn winkelconcept Gute Laune, met Ibiza-achtige kleding. De volgende dag kondigde premier Mark Rutte de intelligente lockdown aan. Mensen moesten thuisblijven en ook het toerisme kwam stil te liggen. Zijn omzet stortte in. “Die nieuwe winkel heeft eigenlijk maar één dag goed gedraaid”, vertelt hij. “Het is absurd. Je krijgt heel veel dingen voor je voeten geworpen in anderhalf jaar tijd. Het werk word je onmogelijk gemaakt, je winkel moet dicht en je krijgt geen vergoeding. Terwijl je er zelf niks aan kunt doen.” Zijn winkels zijn te vinden in badplaatsen, met de Duitse toerist als belangrijkste doelgroep. Omdat zijn bedrijf pas sinds 2018 bestaat en zijn omzet een seizoensverloop kent, waren de cijfers waarnaar werd gekeken voor het bepalen van de steun niet representatief en was de overheidssteun die hij kreeg minimaal. De nieuwe winkel op Texel is inmiddels gesloten en ook van een filiaal in Egmond aan Zee heeft hij afscheid genomen omdat die te klein was om open te gaan met de coronamaatregelen. “Uiteindelijk hebben we privé een hypotheek voor drie ton overwaarde op ons huis moeten nemen waardoor we het personeel en alle rekeningen konden betalen. Want vanuit de overheid en ook vanuit de bank hoefden we nergens op te rekenen. We hebben gelukkig niemand hoeven ontslaan. Uiteindelijk hebben we met veel pijn en moeite wel een krediet van €50.000 bij de bank losgekregen met staatsgarantie. Maar je moet daarvoor veel papierwerk regelen. Ik ben inmiddels al zóveel geld kwijt aan accountantskosten.”

Uitstel van belastingbetaling

Koper is niet de enige ondernemer die met tonnen schuld uit de coronacrisis komt. Uit een recente analyse van ABN Amro (mei 2021) blijkt dat mode- en schoenenzaken samen met restaurants, cafés en payrollbedrijven tot de sectoren met de hoogste concentratie aan belastingschulden horen (zie kader, red.). De bank gaat uit van een totale belastingschuld van €16 miljard, waarvan €1,1 miljard bij de detailhandel ligt. Een wel heel voorzichtige schatting, meent Inretail, die zelf van hogere bedragen uitgaat afgaande op de input van hun leden. Alleen binnen de mode-, sport- en schoenenbranche zou het volgens de ondernemersorganisatie al gaan om €3 tot 5 miljard. Daarnaast hebben sommige retailers bedragen openstaan bij banken, leveranciers, verhuurders en zelfs familieleden. “Wij schatten het bedrag aan deze private schulden op een kleine €2 miljard voor de totale mode-, schoenen- en sportretail”, zegt directeur Jan Meerman. “Waarmee de schuldenlast op ongeveer €6 miljard uitkomt. Er is maximaal gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot uitstel van belastingbetaling om van het beetje omzet dat binnenkwam in elk geval zoveel mogelijk het personeel en de leveranciers te kunnen betalen, gevolgd door de verhuurders. Ik ben wel positief over hoe de sector het gezamenlijk heeft opgepakt. Complimenten aan de leveranciers, we horen veel goede geluiden over hoe ze het samen met de retailer hebben opgelost. Ook een groot deel van de pandeigenaren dacht mee met de retailer, door huurkorting te geven, uitstel van huurbetaling en zelfs kwijtschelding.” Hiermee zijn retailers de lockdownperiode doorgekomen, maar wat nu rest is een schuld die moet worden afbetaald.

Innovatiecapaciteit naar de haaien

En dat voelt alsof ze de komende vijf jaar met een molensteen om haar nek verder moet, zegt retailer Anke Griffioen van Caland/Schoen, met winkels in Rotterdam en Amsterdam. Voor elke €100.000 omzetverlies kreeg haar bedrijf€20.000 overheidssteun, met name via de NOW- en TVL-regeling. De rest moest uit eigen zak komen; Griffioen was genoodzaakt een hypotheek op het eigen winkelpand in Rotterdam te nemen om alle kosten te kunnen betalen. “Tegen het normale rentetarief van 3,3 procent”, zegt ze verbolgen. “Eén procent was naar mijn idee reëel geweest om de kosten die de banken maken te kunnen dekken, maar hier klopt helemaal niets van. Onder normale omstandigheden had ik die lening nooit afgesloten. Ik vind het gewoon niet kloppen dat banken geld verdienen aan de ellende van de detailhandel.”

‘Alleen het terugbetalen van de belastingschuld kost winkeliers al een paar keer de jaarwinst’

Naast de hypotheek heeft Griffioen een schuld bij de fiscus. Alleen het terugbetalen van de belastingschuld kost winkeliers al een paar keer de jaarwinst, becijferde ABN Amro (mei 2021). Kledingwinkels betalen 23 maanden aan winst en schoenenwinkels veertien maanden. “En bij die schattingen gaan we ervanuit dat de resultaten van 2019 weer snel worden behaald”, zegt sectoreconoom Gerarda Westerhuis. “Maar het is de vraag of dat realistisch is. Mode- en schoenenzaken zijn de eerste vier maanden van 2021 dicht geweest; dat gaan ze niet in acht maanden goedmaken.” Griffioen beaamt: “Als er niets gebeurt, ben ik de komende vijf jaar of nog langer bezig alles af te lossen. En met mij heel veel andere in de kern gezonde bedrijven, die dat geld anders zouden gebruiken om in de toekomst te investeren. Zo gaat de innovatiecapaciteit van onze sector naar de haaien. Terwijl het juist zo belangrijk is om te blijven investeren. Des te meer nu grote online spelers het afgelopen anderhalf jaar vrij spel hebben gehad.” Wie niet voldoende vernieuwt, wordt onderuitgehaald door de concurrentie, zegt ook Harald Benink, hoogleraar Banking & Finance aan Tilburg University. “Het grote punt is alleen dat bedrijven in deze positie zijn gekomen omdat de overheid ze dwong hun tent te sluiten”, stelt hij aan tafel bij de online talkshow ‘De Nieuwe Wereld’. “Dat valt niet onder het ondernemersrisico. Als het kabinet al geen juridische verplichting heeft om ondernemers een helpende hand te bieden, dan wel een morele.”

Later en langer terugbetalen

Het kabinet kwam in mei vorig jaar al met maatregelen om de druk op ondernemers te verlichten. Zij mogen nu starten met betalen vanaf 1 oktober 2022 in plaats van 1 oktober 2021 en krijgen geen drie, maar vijf jaar de tijd. Bedrijven betalen dan wel stap voor stap meer invorderingsrente aan de fiscus; van 0,01 procent tot en met 31 december 2021 tot het normale tarief van 4 procent vanaf 1 januari 2024. “Het kabinet verwacht dat dankzij het beëindigen van een groot aantal beperkende maatregelen veel bedrijven de komende tijd weer in staat zijn om omzet te genereren”, licht woordvoerder Remco Rous van het ministerie van Financiën toe. “Het later starten van de aflossingsperiode geeft bedrijven ademruimte en tijd om hun financiën op orde te brengen. Door die periode te verlengen wordt het maandelijkse bedrag voor veel ondernemers bovendien lager.” De regeling helpt, daarover zijn de voor dit artikel geraadpleegde (ervarings)deskundigen het eens. Maar volgens Jan Meerman van Inretail zijn ondernemers er daarmee nog niet, te beginnen met het feit dat er vanaf het derde kwartaal van 2021 weer belasting moet worden betaald. Daarop richt de brancheorganisatie zich op de volgende lobby. “Die liquiditeit is er dan nog niet, aangezien veel retailers te maken hebben met private schulden die moeten worden afgelost.”

Maatwerk nodig

Veel bedrijven hebben een waaier aan schuldeisers en dat maakt de situatie ingewikkeld. Zij moeten niet alleen geld terugbetalen aan de belastingdienst, maar bijvoorbeeld ook aan banken, verhuurders en toeleveranciers. Het kabinet maakte begin juni duidelijk dat het niet van plan is om schulden weg te strepen als de private sector niet ook in beweging komt (zie kader ‘Volledige kwijtschelding geen optie’, red.). “De pijn zal moeten worden verdeeld”, zegt hoogleraar Banking & Finance Harald Benink in een telefonische reactie. “De overheid kan hierop aansturen als preferente schuldeiser. De fiscus krijgt zijn geld wel als een bedrijf omvalt, de private partijen komen daarna pas. Het kabinet kan die positie uitspelen om de rest aan de onderhandelingstafel te krijgen.” De publieke en private sector zullen de handen ineen moeten slaan voor gerichte schuldverlichting, stelt ook het Centraal Planbureau in een recent advies (mei 2021), om te voorkomen dat bedrijven door hoge coronaschulden alsnog omvallen. Het CPB pleit nadrukkelijk alleen voor hulp aan ‘levensvatbare’ ondernemingen. Volgens de instantie is het ‘pijnlijk, maar onvermijdelijk’ dat niet iedereen het post-corona gaat redden. “Kijk alleen al naar de horeca in Amsterdam”, zegt ook Benink. “De terrassen in de binnenstad zitten alweer vol, maar een lunchroom op de Zuidas zal het een stuk moeilijker hebben nu er meer thuisgewerkt wordt.”

‘De drie grote banken hebben tijdens de crisis niet thuisgegeven’

Volgens Benink moet het kabinet nadenken over financiële kaders, waarmee kan worden bepaald of bedrijven recht hebben op (gedeeltelijke) kwijtschelding. “Dat vraagt om maatwerk waarin de omzet, liquiditeitspositie en het eigen vermogen van voor de crisis worden afgezet tegen de financiële positie in, laten we zeggen, het eerste halfjaar van 2022 – als bedrijven de kans hebben gehad om een herstart te maken. Die discussie moet nu al gevoerd worden, zodat we volgend jaar niet verrast worden door een faillissementsgolf.” Het zou ook gewoon onrechtvaardig zijn om bedrijven met een berg schulden te laten zitten, vult Anke Griffioen van Caland/Schoen aan. “Door de verplichte winkelsluiting en andere coronamaatregelen ben ik als ondernemer feitelijk een uitvoerend orgaan van de regering geworden, zonder daarvoor passend gecompenseerd te worden. Bovendien ben ik door de gedwongen sluiting in mijn eigendomsrecht aangetast. Van de totaal geleden schade heb ik slechts 20 procent als overheidssteun teruggekregen. Het lijkt me niet meer dan fair dat het kabinet ondernemers verder tegemoetkomt. Ook omdat het niet goed is voor de economie als toekomstbestendige bedrijven straks alsnog kopje onder gaan.” Dat besef is ook in Den Haag doorgedrongen. Het kabinet onderzoekt momenteel in gesprek met andere schuldeisers de mogelijkheid voor ‘publiek-private herstructurering van onhoudbare schulden bij in de kern gezonde bedrijven’ (zie kader ‘Welke opties heeft het kabinet?’, red.). Dat laat woordvoerder Remco Rous van het ministerie van Financiën weten. “Om meer inzicht te krijgen in de verschillende perspectieven en ook omdat bijvoorbeeld bij banken meer kennis bestaat over de daadwerkelijke levensvatbaarheid van ondernemingen”, aldus Rous. Het is nog niet duidelijk welke partijen nog meer bij de gesprekken aanschuiven.

Herstel- of compensatiefonds

Inretail is ook niet voor volledige kwijtschelding van de belastingschuld, omdat de uitvoering hiervan heel complex is. “En wat doe je dan met bedrijven die wel alle belastingen betaald hebben en nu geen liquide middelen meer hebben?”, zegt directeur Jan Meerman. “Maar we blijven in discussie met het kabinet over dit onderwerp. Inretail is voor het compenseren van ondernemers met een investeringsfonds, waarmee ze weer middelen krijgen om te kunnen investeren. Denk bijvoorbeeld aan een herstelfonds voor ondernemers.” De branche is in elk geval niet van plan om lijdzaam af te wachten wat de overheid besluit. Inretail is samen met MKB-Doorgaan, een non-profitorganisatie die MKB-ondernemers financieel adviseert, een samenwerking aangegaan met kredietverstrekker Qredits om alternatieve financiering voor retailers mogelijk te maken. “De drie grote banken hebben de afgelopen periode niet thuisgegeven om ondernemers te helpen met kredieten. Het MKB heeft vaak niet meer dan 2,5 ton nodig en dat vinden die grote banken niet rendabel. Qredits is een positieve uitzondering”, licht Meerman toe. “Ondernemers krijgen hulp op maat in de vorm van begeleiding en advisering bij het vinden van de beste financieringsaanpak, het uitwerken van toekomstplannen en het wegwerken van schulden.” Erik Koper van Gute Laune gelooft meer in een compensatieregeling voor retailers en heeft zich daarom aangesloten bij de nieuwe stichting OA MKB, die een claim tegen de overheid voorbereidt. “Retailers kunnen zich aansluiten met een lidmaatschap van een tientje, waarmee we collectief een claim bij de overheid indienen voor het omzetverlies door de coronamaatregelen en de lockdown. Dat lijkt mij veel realistischer dan met geld gaan strooien en schulden kwijtschelden, waarmee ook ongezonde bedrijven overeind worden gehouden of bedrijven worden geholpen die het helemaal niet nodig hebben. Dit krijgt hopelijk dezelfde impact als de toeslagenaffaire.”

Mentale opleving

Erik Koper ziet de omzet weer toenemen nu de zomer is begonnen, de coronamaatregelen steeds meer worden afgeschaft en het toerisme weer op gang komt. “Inmiddels draaien we gelukkig weer redelijk, maar het zal nooit genoeg zijn om een inhaalslag te maken. Die vier maanden omzet mis je en je maakt nooit het hele jaar meer goed. Die extra hypotheek kunnen we daarmee niet aflossen, naast de belastingschuld. Ik vind eigenlijk dat die belastingschuld voor rekening van de overheid is, aangezien ondernemers daar niks aan kunnen doen.” Nu de samenleving heropent, beginnen haar winkels ook weer lekker te draaien, ziet Anke Griffioen van Caland/Schoen. “Het is nog niet op het oude niveau, maar we mogen niet klagen. Hopelijk is het coronavirus komend najaar onder controle en duikt er geen nieuwe variant op; dan kunnen we het normale leven met evenementen, feesten en trouwerijen weer oppakken en gaat alles weer aantrekken. Ik probeer altijd het licht aan het einde van de tunnel te zien. Lukt dat niet, dan kun je beter stoppen.” Volgens Jan Meerman is het sentiment in de branche gelukkig niet heel negatief. “Ondernemers zijn ras-optimisten. Sinds ze weer open mogen is de knop om. Er is een mentale opleving. Ze zien perspectief en kansen. Er zijn zelfs ondernemers die denken dat het weer wordt zoals vroeger, maar dat is niet zo. Het zijn net jonge koeien in de wei.”

Dit interview is gepubliceerd in Textilia 6, die is verschenen op 6 juli 2021.


Neem een abonnement op Textilia. Juist nu.

Ook de printedities van Textilia ontvangen? Sluit dan nu een totaal abonnement af. 

Naast 24/7 toegang tot alle exclusieve content op de website en het archief, krijg je dan ook het prachtige magazine thuisbezorgd met elk seizoen de allernieuwste kleurkaarten. Daarnaast profiteer je als abonnee van mooie kortingen op trainingen, webinars en events.