TOP

Achtergrond: hoe modefamilies navigeren tussen erfgoed en moderniteit

Al generaties lang zijn familiebedrijven de ruggengraat van het Nederlandse modelandschap. Namen die vaak meer dan een eeuw bestaan, zijn niet alleen retailers, maar ook dragers van regionale geschiedenis, klantrelaties en ondernemerschap dat van generatie op generatie is doorgegeven. Door digitalisering, internationalisering en veranderende opvolgingswensen staat hun positie nu echter onder druk. Hoe blijf je als historisch merk relevant in een transformerende markt? Textilia ging in gesprek met mode-ondernemers Bram van Blijdesteijn en Paul Roetgering over de balans tussen traditie en vernieuwing.

Tekst: Karmen Samson
Hoofdbeeld: Blijdestijn

Het verloop van textiel tot familiebedrijf

De uitdagingen waar familiebedrijven in de mode vandaag voor staan, worden pas goed zichtbaar wanneer de historische context wordt meegenomen waaruit zij zijn voortgekomen. De wortels van de Nederlandse mode- en schoenenfamiliebedrijven liggen namelijk in een bredere economische ontwikkeling die teruggaat tot de 18e en 19e eeuw, waarin textielhandel en ambachtelijke productie een centrale rol speelden in regionale economieën. In een tijd waarin productie en verkoop nog nauw verweven waren, ontstonden ondernemingen die sterk lokaal verankerd waren en vaak binnen families werden opgebouwd en doorgegeven. Handel, vakmanschap en distributie waren destijds geen gescheiden schakels, maar onderdelen van één en hetzelfde systeem. Die verwevenheid zorgde ervoor dat vertrouwen en reputatie minstens zo belangrijk waren als product of prijs. Juist in die context ontwikkelden zich de eerste familiebedrijven in de mode-, textiel- en schoenensector. Het is deze historische context die verklaart waarom familiebedrijven in mode en schoenen zo hardnekkig aanwezig zijn gebleven in het Nederlandse retaillandschap. Wat familiebedrijven toen, en nog steeds onderscheidt, is wat vaak wordt aangeduid als “onzichtbaar kapitaal”: reputatie, betrouwbaarheid en sociale (fysieke) verankering in een regio.