Op deze MVO-risico’s moet je letten in de 5 grootste textiellanden

UTRECHT, 30 november 2018 15:01 | Wyke Potjer

Textiel is de meest geraadpleegde industrie in de MVO-Risicochecker van MVO Nederland. Niet vreemd, want textiel is na olie de vervuilendste industrie. Ook de arbeidsomstandigheden zijn in veel landen slecht. In welke sourcinglanden loop je de grootste risico’s? Wyke Potjer van MVO Nederland legt uit in welke 5 landen je extra moet opletten.

In de risicochecker van MVO Nederland ontdekken ondernemers de grootste MVO-risico’s van zakendoen in het buitenland – en tips om het beter te doen. Aan de inkoop van kleding kleven nogal wat risico’s. Alleen al door het gebruik van allerlei chemicaliën sterven jaarlijks 1 miljoen mensen. Tel daarbij op de lage lonen en onveilige werkomstandigheden en je hebt een industrie waarin je het nauwelijks goed kunt doen als inkoper. Op deze risico’s moet je letten in de 5 grootste textiellanden.

China: wasknijpers om je ogen open te houden

Nederland haalde in 2017 voor liefst 1,9 miljard euro aan kleding uit China. De meeste mensen die in de Chinese kledingindustrie werken, komen van het platteland en hebben in de stad geen recht op gezondheidszorg en sociale zekerheid. Ze maken veel overuren, waardoor je beelden krijgt als die uit de film China Blue waarin vermoeide arbeiders wasknijpers gebruiken om hun ogen open te houden.

Ook heeft het tot gevolg dat naar schatting 58 miljoen Chinese kinderen gescheiden van hun ouders opgroeien, omdat ze vaak bij hun grootouders achterblijven op het platteland. Dat komt neer op 1 op de 4 plattelandskinderen. Lage lonen en lange werkdagen maken een normaal gezinsleven onmogelijk. 

Bangladesh: nog steeds niet veilig

Naast China is Bangladesh de grootste kledingleverancier aan Nederland. De kledingexport is een belangrijke pijler voor de economie van Bangladesh. Zo bestond in 2016 maar liefst 82% van alle export uit kleding. Het land heeft zich sinds 1980 gespecialiseerd als kledingproducent.

Na het instorten van de kledingfabriek Rana Plaza in 2013, waarbij bijna 4.000 doden en gewonden vielen, zijn alle ogen gericht op de textielindustrie in dit land. De ramp had onder andere tot gevolg dat de minimumlonen iets werden verhoogd. Uit onderzoek van Reuters blijkt dat dit ertoe leidde dat werkgevers minder geld overhielden om de veiligheid op de werkvloer te verbeteren!

Protesteren tegen onveilige omstandigheden leidt in Bangladesh vaak tot verschillende soorten van intimidatie: van ontslag tot fysiek geweld. De werknemers bestaan voor 80% uit vrouwen, waarvan de meerderheid (60%) te maken krijgt met seksuele intimidatie, fysiek of verbaal geweld. Daarnaast verdienen de vrouwen over het algemeen ook veel minder dan de mannen.

Turkije: vluchtelingen uitgebuit

Turkije is de derde grote kledingleverancier aan Nederland. De Turkse textielindustrie staat op dit moment vooral bekend om de uitbuiting van Syrische vluchtelingen. Zo meldde de Britse krant The Guardian dat Syrische kinderen op 12-jarige leeftijd tot 60 uur per week werken. BBC News toonde dat de vluchtelingen vaak ruim een euro per uur verdienen: ver onder het Turkse minimumloon.

Omdat de vluchtelingen geen documenten hebben, worden ze niet beschermd door de wet. Turkse werknemers verdienen wel het wettelijke minimumloon, maar dat is bij lange na niet genoeg voor een menswaardige levensstandaard. Daarom wordt er extreem veel overgewerkt.

India: vrouwen op achterstand

India komt op de vierde plek als grootste kledingleverancier aan ons land. In India zijn veel thuiswerkers actief, die vaak slecht betaald krijgen, geen arbeidsovereenkomst hebben, lange werkdagen maken en bovendien zelf hun productiekosten (zoals scharen en naalden) moeten betalen.

Vrouwen vormen veruit de meerderheid van de arbeiders in de textielindustrie (60%), terwijl hun lonen stelselmatig achterblijven bij die van mannen. De loonkloof is zo’n 40 tot 50%. Geweld tegen vrouwen is in India, net als in Bangladesh, een groot probleem.

Ook zijn er sterke aanwijzingen dat gedwongen kinderarbeid plaatsvindt in India. Dit is verschoven van de fabrieksvloer naar de thuiswerkplekken. Sommige kinderen worden zonder bescherming blootgesteld aan kleurstof en giftige chemicaliën en worden gedwongen om over te werken, zelfs als ze ziek zijn.

Ethiopië: gevaar van onderbetaling

Ethiopië levert nog niet zoveel kleding aan Nederland, maar dat kan snel veranderen. Volgens veel experts is Ethiopië hard op weg om de textielreus van Afrika te worden, met hulp van buitenlandse investeerders.

Eén van de redenen waarom Ethiopië zo in opkomst is, zijn de zeer lage lonen. Ethiopië kent geen wettelijk minimumloon, waardoor het gemiddelde salaris net op de internationale armoedegrens van 1,25 dollar per dag ligt. Bij de productie van (handgeweven) textiel zijn er zelfs signalen dat dwangarbeid plaatsvindt. Opletten dus.

Op zoek naar de risico’s en tips van het land waar jij kleding inkoopt? Kijk dan hier.

 

Dit is een partnerbijdrage van MVO Nederland

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen, klik hier om in te loggen.